Den Haag (Scheveningen), W. Overvoorde Jr., [1908]. 56 p. 1e druk (omslag zegt Tweede druk). Reepje afgescheurd onderaan de voorkant, gerepareerd met Scotch tape, vermoedelijk door Louis Putman. Wat roest. In de pers van 1908 wordt Van den Eewal (vermoedelijk een pseudoniem) een 'kunstloos' epigoon van Heijermans genoemd, en zijn interpretatie van het Joods dialect wordt gehekeld in het Nieuw Israëlitisch Weekblad. Zeldzaam boekje, afkomstig van Louis Putman.